Windmolens zijn een belangrijk onderdeel van de energietransitie, maar hebben ook impact op het landschap, de natuur en de mensen in de omgeving. Gelukkig is de windsector volop in beweging om die impact te verminderen, ziet ook Wouter Maas van ingenieursbureau Ramboll. “De technologische ontwikkelingen staan niet stil, maar innovatie is meer dan dat. Het gaat ook om slimme koppelingen, natuurversterking en bovenal: een goed gesprek met de omgeving.”

Grenzen aan de groei
Windmolens zijn de afgelopen decennia steeds groter geworden omdat ze dan meer elektriciteit opwekken, maar volgens Wouter komt de fysieke grens voor wind op land langzaam in zicht. “Voor tiphoogtes hoger dan 300 meter wegen de opbrengsten van de extra wind vaak niet meer op tegen de kosten voor de sterkere constructie,” legt hij uit. “Er zijn wel voorbeelden van een mast met tuidraden waardoor windmolens nog hoger kunnen worden, maar die brengt weer andere uitdagingen met zich mee rondom turbulentie en extra landgebruik.
De windsector richt zich daarom nu vooral op het ‘slimmer’ en veiliger maken van windmolens. Soms bieden nieuwe technieken daarbij uitkomst. Zo kunnen geavanceerde AI-systemen, sensoren en radars specifieke vogelsoorten of migrerende vleermuizen detecteren, waarna een windmolen automatisch tijdelijk stopt met draaien. Hetzelfde geldt voor slagschaduw: modellen kunnen precies berekenen wanneer en waar schaduw ontstaat als de zon schijnt. Windmolens kunnen dan automatisch stilgezet worden, waardoor slagschaduw verder verminderd kan worden.
Soms blijkt een innovatie echter ook bijzonder eenvoudig. Zo zorgde het zwart schilderen van één rotorblad ervoor dat het aantal aanvaringen met vogels in Noorwegen met 70 procent daalde, al werkte het in de Eemshaven minder goed. “Dat heeft waarschijnlijk te maken met andere vogelsoorten, meer achtergrondlicht en een drukker gebied,” licht Wouter toe. “Het succes van innovatie hangt dus ook af van de locatie.”
Minder ruimte en CO2-uitstoot
Ook de manier waarop we windparken bouwen, verbetert continu. Wouter is enthousiast over nieuwe funderingstechnieken. Traditioneel vragen windmolens zware betonnen funderingen. Een innovatief alternatief is een grote ijzeren paal die in de grond wordt getrild. Wouter: “Daardoor hoef je minder beton het gebied in te rijden, wat veel vrachtwagens, stikstof en CO2 scheelt. Bovendien kan de fundering over 25 jaar makkelijker en met minder impact op de bodem weer verwijderd worden.”
Daarnaast ziet Wouter een belangrijke rol weggelegd voor klimkranen. Die kranen klimmen via de toren omhoog, zodat je geen mobiele kranen meer nodig hebt. Dit verkleint de kraanopstelplaats en vermindert landgebruik, waarmee je de omliggende natuur of landbouwgrond spaart.
Natuur en defensie als partners
Voor Wouter is innovatie meer dan techniek alleen. Vaak draait het ook om gezond verstand en ‘maatschappelijke koppelkansen’ zien. “Door natuurinclusief te ontwerpen, kan een windpark bijvoorbeeld direct bijdragen aan de lokale biodiversiteit. Zo hoeft een toegangsweg niet standaard van asfalt te zijn, maar kun je ook werken met gravel of grasbetontegels,” illustreert Wouter.
Ook het gebied direct rond windmolens biedt mogelijkheden. Zo ontstaan rond windparken op zee riffen die zeeleven aantrekken. Op land ziet Wouter vergelijkbare kansen. Zo zorgen heggen en bosjes voor beschutting voor vogels, en met takkenrillen of wadi’s creëer je nieuwe leefgebieden voor amfibieën en kleine zoogdieren. “De natuur is er slecht aan toe, op zee én op land. Door windprojecten breder te bekijken, creëer je mogelijkheden voor positieve veranderingen in het toch wat eentonige graslandschap in Nederland, bijvoorbeeld met kruidenrijke graslanden rondom windmolens.”
Naast natuurversterking is er nog een verrassende ontwikkeling, met Defensie. Wouter: “Detectiesystemen die vogels en vleermuizen opsporen rond windparken worden steeds geavanceerder. Diezelfde systemen worden nu ook gebruikt om drones te onderscheppen.”
Conflicterende belangen
Toch hebben innovaties ook een keerzijde, bijvoorbeeld omdat ze soms botsen met andere belangen. Wouter: “Een zwarte wiek maakt een windmolen zichtbaarder voor vogels, maar ook voor omwonenden. En een gravelweg vermindert de CO2-uitstoot, maar boeren zien soms liever een asfaltweg voor hun tractoren. Ontwikkelingen die de ene groep helpen, kunnen de ander juist weer in de weg zitten.”
Bovendien leidt iedere technische of ecologische aanpassing tot hogere kosten. Zo kosten detectiesystemen voor vleermuizen tienduizenden euro’s, nog zonder onderhoud. “De financiële ruimte bij windprojecten is vaak klein, ook omdat een deel van de opbrengsten al gereserveerd is voor de omgeving,” erkent Wouter. “Daarom moet je al vroeg in het proces goed nadenken over extra investeringen, zodat je niet achteraf voor onverwachte tegenvallers komt te staan en je moet terugvallen op een goedkopere standaardoplossing.”
Lokale betrokkenheid
Technologische innovatie is volgens Wouter geen oplossing voor alles. Het gesprek met de omgeving is minstens zo belangrijk. “Kijk waar de zorgen zitten en hoe je daar het beste mee om kan gaan. Zo is geluidsoverlast vaak vooral psychologisch. Vooral op zwoele zomeravonden, als je geen wind voelt maar de windmolen wel draait, ervaren mensen last. Een ‘geluidssafari’ kan dan veel inzicht bieden,” legt Wouter uit. “Ga gewoon eens kijken bij een windpark en op verschillende afstanden luisteren. Vervolgens kun je daar goede afspraken over maken.”
Voor slagschaduw geldt hetzelfde. Omdat de schaduwen exact te berekenen zijn, kun je afspraken maken met bewoners. Wouter: “Zij kunnen windmolens bijvoorbeeld stilzetten als ze er last van hebben. Maar als ze dat niet doen, dan stijgt de productie en dus de winst, die je vervolgens kunt delen met de omgeving. Soms gaat het niet eens om het project of de overlast zelf, maar de compensatie ervan.”
“De energietransitie is maatwerk. Je moet dus per situatie kijken waar de zorgen zitten en hoe je daar het beste mee omgaat,” concludeert Wouter. “Je houdt altijd voor- en tegenstanders, maar een open dialoog om elkaar te begrijpen helpt. Als innovaties vervolgens bijdragen aan sterkere natuur of minder overlast, dan leveren windparken uiteindelijk niet alleen schone energie op, maar ook meerwaarde voor de regio.”