Windmolens, slijtage en loslatende deeltjes: hoe zit het? 

Als je een windmolen ziet draaien, begrijp je misschien dat hij veel te verduren krijgt. Regen, hagel, felle zon en harde wind hebben effect op bijvoorbeeld de wieken. Het is dus logisch dat Publiek Ontwikkelbedrijf REKS (POB REKS) hierover vragen krijgt van bewoners: “Slijten die bladen niet? En komen er dan microplastics, bisfenol A of PFAS in de bodem rondom onze huizen terecht?” 

We werken aan de overstap naar schone energie, en willen niet dat dit ten koste gaat van een schone leefomgeving. Op internet en sociale media gaan soms wilde verhalen rond. Wat is feit en wat is fabel? We zetten de wetenschappelijke feiten op een rij.

Inhoud van dit artikel

1. Hoeveel microplastics komen er in de berm?

We beginnen met een verhaal dat rondgaat op internet: een windmolen zou door de regen elk jaar 62 kilo aan plastic deeltjes verliezen. 

Dit is een fabel. Onafhankelijke onderzoekers van onder andere Factcheck Vlaanderen en de Helpdesk Wind op Land hebben de rekensom nagetrokken. Wat bleek? Het getal komt uit een oud Noors rapport waarin een grote rekenfout was gemaakt. In de praktijk verliest een windmolenblad over zijn hele leven (dat is 25 tot 30 jaar) hooguit een paar honderd gram aan deeltjes. Dat is over die hele periode minder dan de slijtage van vier autobanden tijdens één zomervakantie. 

Hoe kan dat zo laag zijn? De bladen krijgen in de fabriek een extreem taaie beschermlaag. Daarnaast worden de wieken tegenwoordig regelmatig met drones geïnspecteerd. Zien de beheerders een beginnend krasje? Dan wordt het blad direct gerepareerd, lang voordat de weersinvloeden er deeltjes vanaf kunnen schuren. 

2. Hoe zit het met Bisfenol A (BPA)? 

Een tweede zorg gaat over de chemische stof Bisfenol A, kortweg BPA. Deze stof zit in de harde kunsthars (epoxy) die de bladen hun enorme stevigheid geeft. Dat is nodig, want er komt veel kracht op te staan door de wind. Omdat BPA schadelijk kan zijn voor de gezondheid, zijn mensen echter bang dat dit met het regenwater de bodem in lekt. 

Onderzoek van het RIVM, bevestigd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), laat zien dat de uitstoot van BPA per windmolen wordt geschat op 0,2 gram per jaar (maximaal 2 gram bij zware slijtage), en de hoeveelheid BPA die via windmolens in het milieu komt, is verwaarloosbaar in vergelijking met bijvoorbeeld verkeer, industrie, en landbouw. 

De kunsthars zit namelijk aan de binnenkant van het blad, veilig onder de beschermende buitenlaag. Belangrijker nog: tijdens de bouw wordt de hars op hoge temperatuur ‘gebakken’. Daardoor zit de BPA in het materiaal opgesloten en kan er niet zomaar uitregenen. De provincie Flevoland liet hier recent nog apart onderzoek naar doen rondom hun windparken; ook zij vonden geen gevaar voor de omgeving. 

3. De waarschuwing over PFAS (en wat wij daarmee doen) 

Dan is er nog PFAS: de verzamelnaam voor stoffen die water en vuil afstoten (bijvoorbeeld in pannen en regenkleding), maar in de natuur nooit meer afbreken. 

Eind 2023 kwam het RIVM hierover met een serieuze waarschuwing, naar aanleiding van windparken op de Noordzee. Omdat de weersomstandigheden op zee extreem ruw zijn door het zoute water, gebruiken sommige fabrikanten daar lakken waar PFAS in zit. Weliswaar in kleine hoeveelheden, maar toch. Het RIVM trok aan de bel omdat fabrikanten de precieze receptuur van hun verf vaak geheimhouden als ‘bedrijfsgeheim’. Het RIVM zei feitelijk: we weten nu niet 100% zeker wat er op zee langzaam in het water oplost, en dat moeten we wél weten. Ook toezichthouder Staatstoezicht op de Mijnen (SODM) deed hier onderzoek naar. 

Bij POB REKS nemen we deze waarschuwing natuurlijk serieus. Dat het onderzoek over de Noordzee ging, waar windmolens harder slijten door de combinatie van wind en zout water, betekent niet dat we er bij windmolens op land geen aandacht voor hoeven te hebben, bijvoorbeeld in gesprekken met de bouwers van onze windmolens. 

Bewezen innovaties 

De techniek staat gelukkig niet stil. De windmolenbouwers weten dat PFAS in de ban gaat in Europa. Daarom stappen zij over op alternatieven, zoals speciale, sterke beschermtapes zonder schadelijke chemicaliën. Binnen POB REKS zoeken we bij de aanbesteding van nieuwe windmolens dan ook altijd naar dit soort bewezen innovaties. Als zo’n nieuwe, schone techniek zich in de praktijk bewezen heeft, dan kijken we of ook of het voor onze windmolens bruikbaar is. 

Groen moet écht groen zijn 

Het is logisch dat mensen in de omgeving kritisch kijken naar de komst van windmolens. Dat doen wij namelijk ook. De feiten laten gelukkig zien dat de verhalen over ‘kilo’s plastic in de berm’ niet kloppen. En de minimale slijtage die er wel is, wordt door strenge regels en slim onderhoud gelukkig steeds verder teruggebracht. 

Heeft u nog vragen over dit onderwerp? Neem dan gerust contact met ons op. 

Bronnen

Meld je aan voor onze nieuwsbrief