Onderzoek naar mogelijkheden voor landschapsversterking rond SpinderVossenberg

Bij de ontwikkeling van energiehub SpinderVossenberg willen we de komst van windturbines hand in hand laten gaan met het versterken van het omliggende landschap. Daarom hebben we H+N+S Landschapsarchitecten gevraagd om een ‘ontwerpend onderzoek’ uit te voeren. Wat houdt dit in en wat levert het de omgeving op? We vroegen het aan landschapsarchitect Nikol Dietz.

Allereerst: wie ben je en wat doe je?

“Ik ben Nikol Dietz en ik ben landschapsarchitect. Dat betekent dat ik geen gebouwen ontwerp, maar me met mijn collega’s buig over de inrichting van de buitenruimte. Dat varieert van pleinen en parken in de stad tot grote, regionale landschapsstructuren en het inpassen van grootschalige infrastructuur of energieprojecten.” 

Nikol Dietz (credits: H+N+S Landschapsarchitecten)

Je gaat met met je collega Camille Poureau voor het gebied rond energiehub SpinderVossenberg een ‘ontwerpend onderzoek’ doen. Wat betekent dat?

“Bij een ‘ontwerpend onderzoek’ vermengen we het feitelijke spoor (‘wat mag’) met een meer intuïtief ontwerpproces om de kansen in het gebied te ontdekken. Natuurlijk kennen we de fysieke en wettelijke beperkingen in dit gebied, maar we laten ons daar niet door leiden. We zoomen uit en vragen ons af: wat voor landschap is dit over vijftig jaar en waar werken we naartoe? Met die brede blik ontdekken we hopelijk kansen om bijvoorbeeld natuur, recreatie en klimaat te versterken.”

We starten ook een formele Milieueffectrapportage (MER). Wat voegt jullie onderzoek daaraan toe?

“Een MER is wettelijk verplicht en ontzettend waardevol, maar zo’n onderzoek kijkt vooral naar de harde feiten als slagschaduw, belemmeringen door bijvoorbeeld leidingen en gebouwen en de minimale wettelijke compensatie die moet gebeuren. Dat onderzoek vertelt dus wat er minimaal móét of wat er níét kan, maar wij zoeken tegelijkertijd naar wat wenselijk is vanuit de kwaliteit van het gebied. Door die twee werelden continu samen te brengen, hopen we tot een plan te komen waarvan het landschap, de omwonenden en de gebruikers van het gebied echt profiteren.”

Je bent hier in de omgeving eerder betrokken geweest bij Landschap Pauwels en Zwaluwenbunders, en je bent met ons al op pad geweest om het gebied te verkennen. Wat is jouw indruk als landschapsarchitect?

“Het is een ingewikkeld gebied met enorme verschillen. Aan de ene kant heb je grootschalige bedrijventerreinen, de afvalverwerking en de waterzuivering, en vlak daarnaast ligt de prachtige natuur van Huis ter Heide en de Loonse en Drunense Duinen. Dat is een gigantisch contrast, en de windmolens gaan dat waarschijnlijk nog duidelijker maken.

Nu vormen bedrijventerreinen, het Wilhelminakanaal en de ringwegen rond Tilburg verder een barrière vanuit de stad; je moet er echt doorheen voordat je in de natuur bent. Ik vind het interessant om te kijken of we die toegang aantrekkelijker kunnen maken, bijvoorbeeld met schaduwrijke en veilige fiets- en wandelverbindingen.”

In overheidsland wordt vaak gesproken over ‘integrale gebiedsopgaven’ en 'meekoppelkansen'. Kun jij uitleggen wat daarmee bedoeld wordt en welke rol jullie daarin hebben?

“Zeker. We zitten aan tafel omdat jullie een energiehub met windmolens willen ontwikkelen, maar ons onderzoek draait voor een groot deel om het versterken van het landschap eromheen. Een belangrijk probleem in dit gebied is bijvoorbeeld de verdroging van de natuur. Als we via slimme ingrepen in de ondergrond water beter kunnen vasthouden, zie je daar als wandelaar in eerste instantie misschien niets van, maar de natuur profiteert ervan.

Daarnaast onderzoeken we de recreatie in het gebied. Een gezonde, rijkere natuur is sowieso aantrekkelijker om naartoe te gaan. Maar we kijken ook hoe we het wandel- en fietsnetwerk logischer kunnen laten aansluiten op het grotere Landschapspark Pauwels en de stad. De windmolens zijn dus de aanleiding, maar we betrekken ook de andere opgaven in het gebied, waarmee we investeren in een plek voor de huidige bewoners en toekomstige generaties.”

We hoeven er niet omheen te draaien: windmolens ga je zien. Hoe gaan jullie daarmee om?

“Klopt, de moderne windmolens zijn zó hoog, die kun je niet meer verstoppen. Daar moeten we eerlijk over zijn. Om de daadwerkelijke impact goed te kunnen inschatten en om goed te kunnen ontwerpen, maken we tegenwoordig 3D-visualisaties. Daarvoor hebben we onlangs in overleg met omwonenden al een aantal foto’s gemaakt vanuit hun tuinen en erven.

Vroeger plantten we nog weleens een bosje naast de voet van een windmolen, maar bij deze hoogtes werkt dat niet meer. Wat wél effectief is, is ontwerpen dicht bij de plek van waaruit je windmolens ziet, zoals een woning. Als een bewoner vanuit zijn huis of tuin niet continu geconfronteerd wil worden met een molen, dan kunnen we kijken naar bijvoorbeeld een houtwal of bomenrij op of nabij de erfgrens. Omdat zo’n structuur dichtbij staat, kun je een turbine van 250 meter hoog in de zomermaanden grotendeels uit het zicht halen.

Daarvoor moeten we dus niet alleen rond de windmolen zelf kijken, maar ook op twee tot drie kilometer afstand. Daarom ben ik blij dat we het hele gebied betrekken in ons onderzoek, en niet alleen het zoekgebied voor de windmolens.”

Tot slot: wanneer is onderzoek voor jou geslaagd?

“Als er begin 2027 een gebiedsvisie ligt waarin de landschappelijke versterking echt op haar plek valt. Er liggen voor dit gebied gelukkig al veel goede ideeën en losse plannen. Ik zie het uiteindelijk als onze rol om die ideeën als een soort collage samen te brengen en te zorgen voor de grotere samenhang en eenheid. Maar wanneer ik pas echt tevreden ben? Als niet alleen wij als ontwerpers het een mooi plan vinden, maar als de omwonenden, grondeigenaren en andere betrokkenen ook het gevoel hebben dat de leefomgeving er echt op vooruit gaat.”

Meld je aan voor onze nieuwsbrief